Watt wordt gebruikt om het vermogen van elektrische apparaten en lampen uit te drukken. Kilowattuur (kWh) wordt gebruikt om een hoeveelheid energie aan te duiden, en dat is ook de eenheid waarin je energierekening rekent: je betaalt per kWh, niet per watt.
Wil je het stroomverbruik van een apparaat uitrekenen aan de hand van het aantal watt, gebruik dan de berekentool voor stroomverbruik.
Wat is watt?
Watt (W) is de natuurkundige eenheid voor vermogen. Vermogen is de hoeveelheid energie (in joule) per tijdseenheid.
- 1 watt (W) staat gelijk aan 1 joule (J) per seconde (s): 1 W = 1 J/s
Een lamp van 40 watt verbruikt dus 40 joule aan energie per seconde.
Watt is vernoemd naar de Schotse ingenieur James Watt.
Overzicht begrippen
| Begrip | Uitleg |
|---|---|
| Watt (W) | Natuurkundige eenheid voor vermogen. 1 watt = 1 joule per seconde |
| Kilowatt (kW) | Kilo betekent 1.000. Ofwel: 1 kilowatt = 1.000 watt |
| Kilowattuur (kWh) | Eenheid voor hoeveelheid elektrische energie. 1 kWh is wat een apparaat met een vermogen van 1.000 watt (1 kW) in één uur verbruikt |
| Prijs per kWh | Wat je per kilowattuur betaalt. Dat is je leveringstarief plus energiebelasting plus 21% btw. Wat jij betaalt, staat op je jaarnota of in de app van je leverancier |
De prijs per kWh verschilt per contract en beweegt door het jaar: bij een dynamisch contract zelfs per uur. Daarom staat er op deze pagina geen tarief. Reken de voorbeelden hieronder door met het bedrag van je eigen rekening.
Wattage berekenen
Het wattage (vermogen) van een apparaat is vaak bekend en staat bijvoorbeeld op het product of op de verpakking.
Is het wattage niet bekend, dan kun je het berekenen. Dat doe je door de spanning en de stroomsterkte met elkaar te vermenigvuldigen:
- Vermogen (in watt) = spanning (in volt) x stroomsterkte (in ampère)
Het wattage van enkele bekende apparaten:
| Apparaat | Wattage |
|---|---|
| Koelkast (zonder vriesvak) | 35 watt gemiddeld, 200 watt piek |
| Wasmachine | 2.000 watt |
| Vaatwasser | 2.500 watt |
| Elektrische fiets | 250 watt |
Voorbeeld: waterkoker
Een waterkoker die werkt met een spanning van 230 volt (lichtnet) en 9,2 ampère heeft een vermogen van:
- 230 x 9,2 = 2.116 W (ongeveer 2,1 kW)
Voorbeeld: lampje
Op het doosje van een lampje staat 7V/0,4A.
Het vermogen van dit lampje bedraagt:
- 7 x 0,4 = 2,8 W
Verbruik (kWh) berekenen
Ken je het vermogen van een apparaat, dan kun je ook uitrekenen hoeveel het verbruikt. Dat hangt af van de tijd waarin het apparaat aan staat.
Als standaard voor energieverbruik wordt kilowattuur (kWh) gebruikt.
Een apparaat met een vermogen van 1.000 watt (1 kilowatt) verbruikt in één uur 1.000 J/s x 3.600 s = 3.600.000 joule, dus 3,6 MJ (megajoule). Dat staat gelijk aan 1 kWh.
Voorbeeld: gloeilamp van 90 watt
Een gloeilamp met een vermogen van 90 watt verbruikt in 3 uur:
90 x 3 = 270 wattuur (Wh) = 0,27 kWh
Voorbeeld: koelkast
Een koelkast met een piekvermogen van 200 W (0,20 kW) die 24 uur per dag, 7 dagen per week aanstaat, heeft een gemiddeld vermogen van ongeveer 35 watt. Dit apparaat verbruikt op jaarbasis:
0,035 x 24 x 365 = 306,6 kWh
Voorbeeld: vaatwasser
Een vaatwasser met een gemiddeld vermogen van 500 W (0,5 kW), die 5 keer per week 2 uur wordt gebruikt, verbruikt op jaarbasis:
0,5 x 2 x 5 x 52 = 260 kWh
Voorbeeld: elektrische kachel
Een elektrische kachel heeft een vermogen van 2.000 W (2,0 kW). Gebruik je die van november tot en met februari (120 dagen) elke dag gemiddeld 2 uur, dan verbruik je op jaarbasis:
2 x 120 x 2,0 = 480 kWh
Wat dat kost, reken je uit met je eigen tarief: 480 kWh x je prijs per kWh. Betaal je bijvoorbeeld € 0,30 per kWh, dan is die kachel € 144 per jaar. Je prijs per kWh staat op je jaarnota.
Hoog en laag tarief
Heb je een dubbele meter en een contract met dubbel tarief, dan staat op je energierekening “kWh laag” en “kWh hoog”. Laag is het goedkopere tarief dat ‘s nachts en in het weekend geldt; hoog betaal je door de week overdag en ‘s avonds.
Vanaf welk uur het lage tarief ingaat, verschilt per netbeheerder en per contract. Kijk op je energierekening of in je contractvoorwaarden welke tijden voor jou gelden.
Met een dubbeltariefmeter kan het dus schelen om grote verbruikers ‘s nachts of in het weekend te laten draaien. Bij een dynamisch contract werkt dat anders: daar verschilt de prijs per uur of per kwartier, en is niet de klok maar het aanbod van zon en wind bepalend.
Lumen
Bij verlichting zegt het vermogen weinig. Lichtopbrengst wordt uitgedrukt in lumen (lm), en dat is waar je op let als je een lamp koopt.
Het schema hieronder helpt je om het wattage van je oude lamp om te rekenen naar de lichtopbrengst in lumen. Let op: gloeilampen, halogeenlampen en spaarlampen zijn niet meer nieuw te koop. Gloeilampen mogen sinds 2012 niet meer op de markt worden gebracht, heldere halogeenlampen sinds september 2018, en CFL-spaarlampen sinds 24 februari 2023, waarbij winkels bestaande voorraden nog mogen opmaken. Voor een vervanging is LED dus de optie.
| Gloeilamp | Halogeenlamp | Spaarlamp | LED-lamp | |
|---|---|---|---|---|
| 250 lm | 25 W | 18 W | 6 W | 4 W |
| 450 lm | 40 W | 29 W | 9 W | 8 W |
| 800 lm | 60 W | 43 W | 14 W | 13 W |
| 1.100 lm | 75 W | 53 W | 19 W | 17 W |
| 1.600 lm | 100 W | 72 W | 23 W | 20 W |
| Levensduur | 1 tot 2 jaar | 1 tot 3 jaar | 6 tot 10 jaar | 15 tot 25 jaar |